ermelo-live

De eerste jaargang van het on-ermelose muziekspektakel was in 1986, de laatste vijf jaar later in 1991. Ooit verzonnen bij een biertje in de KoperenKoffiepot door Roel Porte (raampje), Joep, tegewoordig Youp Klinkenbijl (rechtsboven) en dickblogt. (met die hand in z’n zak.) De simpele formule was een kroegentocht met livemuziek in alle gelegenheden. Entree gratis, als je tenminste de button gekocht had voor een tientje. Onderstaande foto stond in de Ermelo-Livekrant van 1989 toen voor het eerst gratis bussen langs alle lokaties reden. Verder op de foto vlnr Krijn Kievit, Jack Salomons, Petra van Namen, zittend: Jaap van Slooten en Henk Ode, met als speciale verantwoordelijkheid: Het Weitje. Na vijf jaar werd het ons te groot en vonden we het genoeg. Het tegenwoordige Live-Ermelo mag niet in de schaduw staan…

Petshopmopet

Deze foto is gepikt. Er zijn heel veel mensen die betere foto’s maken dan ik. Eerlijk gezegd heb ik niet eens een camera. In m’n iphone zitten er twee, maar verwacht van mij geen hoogstandjes op dat gebied. Zoals ik u al eerder tipte: ga eens naar Bali! Een gemotoriseerde dierenwinkel als deze komt u dagelijks tegen, al is dít wel een hele mooie! Met deze winkel vervoert hij nét zo gemakkelijk zijn vrouw en twee kinderen zonder ook maar één goudvis of kind te verliezen. Er zijn ook ondernemers als deze die limonade verkopen in soortgelijke zakjes, met een rietje. Handig en prachtig om te zien, maar ooit kan het plastic wel een probleempje gaan geven in deze streken; dat lossen we dan wel weer op. Ik heb weer wat vissen nodig, want bij de laatste serieuze regenbui zwommen de vissen rechtsreeks van de vijver in het zwembad. Terug is moeilijker, maar het is dan ook een heerlijk zwembad!

http://www.poolvillasbali.com/nl/verhuur/indonesie/bali/bali/seminyak/vakantiehuizen–villas/vakantiehuis–villa-rumah-damai_33980.aspx

Tsunami

Wij meenden er goed aan te doen om vanavond thuis Japans te eten. Noem het solidariteit, noem het meeleven, ik noem het gewoon lekker. Het was spontaan, dus was ik vergeten een fles/pak/zak Sake in huis te halen, maar de Sauvignon uit New Zealand (ook best actueel) voldeed prima. Anja staat zowiezo garant voor een tsunami aan tekst, dus hadden we een mooie avond. Morgen doen we het nog eens over met kinderen en kleinkind Sofia. Dit bericht staat onder dicktipt, dus moet er een tip volgen. Daarkomtiedan #eetsolidair.

Frommermann

Woensdagavond in de Kleine Komedie, Amsterdam. Frommermann met de voorstelling: Pak aan!Prachtige geschoolde stemmen, veelzijdig repertoire en inderdaad nette pakken.Het affiche dekt de lading niet. Helaas sloegen ze mijn favoriete nummer* over: Ach Marieke, in de originele versie: Guter Mond. Achteraf gezien misschien verstandig, want ik had me voorgenomen dit uit volle borst te zullen gaan meezingen. Leuk om mannen die ik tot nu toe alleen met uitgestreken smoel een Mattheus Passion zag zingen (als solisten) eens zo bezig te zien. www.frommermann.nl

http://www.youtube.com/watch?v=OIE_97GoI9w&feature=email (zo mooi….)


gespot

Gespot.

Er zijn van die hobby’s waar je maar heel moeilijk de lol van kunt inzien. Ik geef een voorbeeld. Hoe verzint iemand met een gezond verstand het, om te gaan keepen bij een waterpoloteam? Afgezien nog van zo’n afschuwelijke badmuts moet dat watertrappelen met je handen hoog in de lucht toch vreselijk vervelend zijn. In het doel staan is bij elke sport al een beetje knullig, maar in een zwembad toch verreweg het meest. Snowboarden, skiën, tennis, golfen, duiken; ik snap het allemaal, maar neem nu zoiets als vliegtuigspotten? Begrijpt u het? Bespottelijk toch? Gelukkig houdt niet iedereen van zingen, alhoewel ik toch schrik als men mij vertelt hoeveel koren er in Harderwijk zijn. Laat staan het aantal koren op de NW Veluwe! De laatste jaren komen er ook steeds meer televisieprogramma’s over koorzingen. Wij zijn een belangrijke doelgroep en niet alleen voor de E.O. Ik begrijp het als geen ander; zingen is leuk en koorzingen is nóg leuker. Het repertoire maakt niet eens zoveel uit. Als Valsebas® ooit wordt weggestemd wegens herhaaldelijk haatzaaien in Continuo, dan zakt hij probleemloos af naar iets barbaars als een barbershopkoor. Zo’n popkoor van Jurriaan lijkt mij, als het wat dichterbij was, best aantrekkelijk. Spoelinkje in mijn haar, buik-in, en lekker close-harmonie, dicht op elkaar Queennummers zingen. Geweldig! Een smartlappenkoor? Ook prima. Er zijn maar weinig muzikale hobby’s waar ik de aardigheid niet van in kan zien. Eigenlijk is er maar één: koorbegeleider. Je zult toch vérbovengemiddeldmooi piano kunnen spelen en je dan iedere week opnieuw compleet weg moeten cijferen voor het gestuntel van zo’n grijs amateurkoor. Het zal je hobby maar zijn om wekelijks met een subtiele maar onverbiddelijke vingerbeweging de sopranen erop te moeten wijzen dat ze weer een volle noot gezakt zijn. Je mooiste intro’s worden ruw onderbroken met: “We slaan een paar maten over” en de keren dat je de prachtige pianosolo aan het eind van het stuk mag uitspelen zijn op een hand te tellen. Je zou toch verwachten dat een man als Marinus van Steenwijk veel liever samen met een prachtige celliste zich in romantische kamermuziek van Chopin zou verdiepen. Niets is minder waar. Hij kiest er voor om voor een enkele fles wijn en tweemaal per jaar wat waarderende woorden zijn maandagavonden achter onze piano te slijten. Uiterst geconcentreerd doet hij zijn best het juiste tempo te houden tussen wat het koor doet en de dirigent wil. Onvermoeibaar speelt hij ons de noten voor, desgevraagd een half toontje lager. Begrijpt u het? Ik niet.

Slechts één keer per jaar, al 45 jaar lang, stapt hij even uit de schaduw in het volle licht voor zijn recital in de Aula van het Nassau Veluwe. Voor een trouw publiek tovert hij de etudes, nocturnes en mazurka’s uit de glanzende vleugel die hij tevoren even charmant als welbespraakt aankondigt. De zaal hangt aan zijn lippen en Marinus van Steenwijk blijft tot ver na het applaus moeiteloos in zijn rol van concertpianist. Op de maandag erna zit hij weer geduldig en bescheiden in een beige trui achter een bruine piano onze a capella’s aan te horen. Onbegrijpelijk! Het zou mij niet verbazen als blijkt dat hij vroeger keeper is geweest! Of vliegtuigspotter….

Valsebas®

maart 2011.

eind goed, vastgoed!


Op het overzichtelijk opgestelde huuroverzicht zag de aanbieding van de heer Van den Bril er goed uit. Een wat verouderde supermarkt in het centrum van een kleinere plaats in Zuid-Holland. Niet erg groot en wat weinig parkeerplaatsen, maar nog een looptijd van zes jaren met een van de bekende ketens. Een inpandige woning hetgeen wellicht op termijn herontwikkeling mogelijk maakte. De vraagprijs van 10.5 keer (het is inderdaad al een paar jaar geleden) leek aantrekkelijk en het zag er op de foto aardig uit. Overmoedig boden wij tien keer zonder voorbehoud en de koop was gedaan. “Ik gun het jullie”, zei Van den Bril.

Het was een lange rit, maar goed te combineren met een hoognodig bezoek aan de schoonmoeder. Op de terugweg maar even langs die supermarkt rijden. Na mijn schoonmoeder kon dit alleen maar meevallen, dacht ik. Wat ik op de foto had aangezien voor de voorkant, bleek echter de achterzijde te zijn. Aan straatzijde zag de supermarkt er uit als een wat saaie onderbreking van aaneengesloten gevels van rijtjeshuizen. Waar was in hemelsnaam de ingang en die parkeerplaats? Geschrokken reden wij een rondje door het doodstille centrum onder de naargeestige rook van wat op afstand een kerncentrale leek.
Ook van de ingang werd ik niet vrolijker, maar de koop was gedaan.

Verkopers’notaris in het hoogdravende volglazen Aquarium in Amstelveen legde uit dat het “first right of refusal” in het huurcontract niet van toepassing was, aangezien huurder indirect verkoper was. De A van de ABC, waarin wij partij C waren. Verkoper B had als voorwaarde gesteld dat de akte door zijn notaris zou worden opgesteld.
Een week na ondertekening stelden wij de bankgarantie en gingen aan ’t werk.

Op advies van een collega besloten wij het pand aan te bieden aan de plaatselijke woningbouwvereniging. De vriendelijke directeur was enthousiast. Hij wilde op termijn gaan slopen en meende er ruim vijftien woningen te kunnen realiseren. We noemden een prijs en zouden binnen twee weken antwoord krijgen. We ontdekten op tijd dat woningstichtingen vrijgesteld waren van overdrachtsbelasting, dus bespraken met verkoper rechtstreekse levering aan de woningstichting. Hiertoe werd in overleg het transport een paar weken uitgesteld.

Vanaf dat moment werd het stil. De woningstichting liet niets meer van zich horen en de eens zo vriendelijke directeur was wekenlang onbereikbaar. Wantrouwend geworden belde ik onder een andere naam en kreeg de man onmiddellijk aan de lijn.
Aarzelend vertelde de man: “Beetje vervelend voor u, maar u kunt niet leveren.” “Waarom denkt u dat?” vroeg ik. “U heeft de koopakte gezien en de waarborgsom is gestort.”
“Tóch kunt u niet leveren, vrees ik,” zei de man stellig, want hij had het pand inmiddels rechtstreeks aangeboden gekregen. Verontwaardigd belde ik de notaris. “Klopt” zei deze: verkoper beroept zich op het first right of refusal.
“Maar wij hebben zwart op wit van u, dat dit in ons geval niet geldig is,” jammerde ik nog.
Heel vervelend voor u, maar ik krijg opdracht het zo te doen. Uw waarborgsom wordt per omgaand teruggestort. Vervolgens belde ik boos en opgewonden met de jurist van de supermarktketen. “Het verdient inderdaad geen schoonheidsprijs, maar ik kan u niet helpen. Woedend belde ik van den Bril. “Ach jongen. Dit is groter dan wij. Hierin moet je maar niet gaan roeren. Ik heb het goed met je voor en geef je 25.000,- gulden, dan hebben we het nergens meer over, ”zei hij op vaderlijke toon.

Zwaar beledigd riepen wij de hulp van een advocaat in en een lange, vervelende procedure begon. Anderhalf jaar later belde de advocaat. Het goede bericht was, dat de rechtbank verkoper veroordeelde tot tien procent van de koopsom. Het slechte bericht was, dat van de rekening waarop wij inmiddels beslag hadden gelegd niets te halen bleek. Een paar dagen later verbaasde Van den Bril ons opnieuw. Het volledige bedrag van ruim twee ton inclusief rente stond op onze rekening. Wij hebben dit uitbundig gevierd die dag, zoals u begrijpt.
Helaas groet Van den Bril ons niet meer wanneer we hem tegenkomen op een van de jaarlijkse vastgoedborrels. ”Boefjes, zijn jullie!” moppert hij vanachter zijn sherry.
Ik neem me al een paar jaar voor eens te gaan kijken of de woningen al klaar zijn. Wij moeten toch nodig weer eens naar mijn schoonmoeder.

psalm88

1

Mijn lieve ouders achtentachtig,

Lang, bijna levenslang getrouwd,

Surrealistisch, sprookjesachtig.

Briljanten paar, voorbij het goud.

Hun huwelijksjaren vijfenzestig

Een marathon, geloof me maar.

Verliefd, verloofd, in echt bevestigd,

vergroeid, versmolten met elkaar.

2

Mijn beide ouders zongen prachtig,

Gezangen, Psalmen, Händel, Bach.

Ik vond het vroeger huichelachtig

‘k denk dat aan de teksten lag.

Nu zing ik zelf hoog van de toren,

Van liebster Jesu, Angst und Tod,

Uit bas en uit sopraan geboren,

hun kerkmuziek nu dagelijks brood.

3

‘k Wil u, o God, best dank betalen

en prijzen in dit avondlied.

U hield ze toch mooi vrij van kwalen,

geen narigheid, geen groot verdriet.

Blijf voor ze zorgen, nu en morgen,

(ach) houdt ze nog even bij elkaar,

en laat ons zingen zonder zorgen,

ook minstens achtentachtig jaar.

sept 2009

therapie1

I ♥ therapie!

1.

Als er iets is wat ik in mijn leven te weinig heb gedaan, dan is het therapie. Niet dat je er over het algemeen genomen van opknapt, maar een beetje spitten in jezelf geeft nieuwe energie. De omstandigheden waren in mijn ogen nooit zo dramatisch, al zie ik dat achteraf wel wat genuanceerder. De eerste cessies waren op verzoek van mijn toenmalige vrouw (met het woord ex begint zo’n verhaal te gekleurd) en aanbevolen door onze huisarts. Relatietherapie op de universiteit van Nijmegen. Wellicht was dat goedkoper óf hij had er goede ervaringen mee, al is hij zelf kort daarna gescheiden. Zijn vrouw besloot te gaan samenwonen met een vriendin als ik mij goed herinner.

De ruimte zag er uit als een studio. Overal camera’s en microfoons. Soms leidde een aantal malen dezelfde student de gesprekken, regelmatig wisselde dat ook. Achter een grote spiegel zaten de rest van de studenten, al of niet met de dienstdoende professor. De omgeving zomin als de onderwerpen van gesprek brachten mij flink op mijn praatstoel. Ik antwoordde als mij iets werd gevraagd en voor de rest was mijn vrouw vooral aan het woord. Ze had veel op mij aan te merken en ik was daaraan gewend. Tijdens het derde of vierde gesprek (het werden er uiteindelijk tien) had de studente genoeg van mijn afstandelijke en mogelijk ietwat superieure houding en ze besloot mij uit mijn veilige tent te lokken. Helaas ben ik vergeten welk verwijt ze mij maakte, maar het mistte zijn uitwerking niet. Ontketend stortte ik minstens twintig minuten lang mijn hart, gal en lever uit, al stampvoetend door de waarschijnlijk inmiddels wat vertrouwdere ruimte. De jonge therapeute in opleiding ontzag ik daarbij niet. Een wonder gebeurde: Achter de spiegelwand was kennelijk tussen de studenten onenigheid ontstaan over de gevolgde koers en de professor had toegestaan dat een andere aankomend therapeute in ingreep. Misschien hoorde het bij de behandelwijze, maar ik betwijfel het ten zeerste. In een situatie als deze zijn er geen winnaars. Het is geen wedstrijd, maar de nieuwe therapeute kwam als een leeuwin voor mij op en dat voelde geweldig! Ik herinner me tegen haar (en dus ook tegen alle anderen) gezegd te hebben: “Waar bleef je in Godsnaam zo lang?!”Vanaf dat moment veranderde de therapie meer in huiswerk voor mijn vrouw, met het doel haar wat zelfstandiger te maken. Het heeft ook zeker een paar jaar geholpen. Een sluimerende genegenheid voor therapeuten was geboren, met alle gevolgen van dien.

2010