bloemetjestas


Gisterenmiddag was ik op weg naar het rusthuis van mijn oude ouders. Ik was er bijna toen een lange, oude man met een onzekere, vragende glimlach midden op de weg stond. Hij had een bloemetjestas onder zijn arm. Toen ik het raam opende en vroeg of ik iets voor hem kon doen had ik bijna direct spijt. Hij maakte lange onverstaanbare zinnen waaraan ik geen touw kon vastknopen. Dit ging wat langer duren. Uiteindelijk wees hij op de lege stoel naast me en ik begreep dat hij ergens heen gebracht wilde worden. Ik opende het portier en hij ging naast me zitten. Hij zette de tas bij zijn voeten en probeerde mij uit te leggen waar hij heen wilde. Ik begreep er niets van. “Wijs me de weg maar”, zei ik. “Die kant op!”, verstond ik. Hij wees de weg en genoot zichtbaar van het ritje. Na ongeveer een kwartier te hebben gereden merkte ik dat hij werkelijk geen idee had waar we waren. Het bleek een hopeloze zoektocht, dus reed ik even later moedeloos geworden terug naar de plek waar ik hem had opgepikt. Deze buurt kwam hem wel weer bekend voor gelukkig. Ik wilde hem laten uitstappen, maar dat vond hij maar niks eigenlijk. “Maar hier woon ik”, zei hij teleurgesteld. Hij kon me nog steeds niet uitleggen waar hij dan wel heen wilde . Het enige wat ik kon verstaan was het woord club, maar dat bracht me niet dichter bij een oplossing. Teleurgesteld stapte hij uit terwijl hij iets mompelde als: “Jammer nou, hé Jezus, jammer nou.” Hij liep naar zijn huis en vond een sleutelbos. Ik reed weg, en bij mijn ouders aangekomen vertelde ik mijn vader dat er meer mannen wel eens een beetje in de war zijn. Hij glimlachte begrijpend. Tot op dit moment knaagt er een onbevredigend gevoel in mijn achterhoofd. Ik had dit beter kunnen doen. Beter en geduldiger moeten uitzoeken waar de man heen wilde. Het was rond etenstijd, dus misschien werd er ergens voor hem gekookt en stond zijn daghap koud te worden. Misschien zaten zijn servet en zijn maaltijdenkaart wel in het zijvakje van de bloemetjestas. Het laat me nog niet los. Morgen zou ik hem even moeten opzoeken, want ik weet waar hij woont. Die kant op! Ik hoop dat het met mij straks niet die kant op gaat.

2 thoughts on “bloemetjestas

  1. Tot februari heeft mijn vader thuis kunnen wonen dank zij de fantastische hulp van de Ermelose thuiszorg en de dagopvang Randmeer in Harderwijk. In februari kon de thuiszorg de verantwoording niet langer nemen om mijn vader nog langer alleen thuis te laten wonen. Wij, de kinderen, waren het daar helemaal mee eens. Gelukkig hebben we al snel een heel mooi en goed huis voor hem gevonden in Almen, bij Zutphen, en daar woont hij sinds half februari. Geweldig verzorgd, veilig, en hij heeft het er naar zijn zin. Voelt zich helemaal thuis.

    Uw blog heb ik met veel herkenning gelezen. Helemaal mijn vader. De verklaring is waarschijnlijk de volgende: mijn vader ging 3, en later 4 dagen per week naar Randmeer. Hij werd dan thuis opgehaald met een taxi(busje) en had dan altijd zijn tas bij zich. De bloemetjes tas. Ik vermoed dat u hem aantrof op een dag dat hij niet naar Randmeer zou gaan, maar dat wist hij vermoedelijk op die dag even niet. Dus stond hij te wachten op de taxi of is zelf al een stukje lopend op weg gegaan. Hij probeerde u denk ik uit te leggen dat hij naar Harderwijk moest.

Comments are closed.